Zakkenwasser

Daar stond ik dan. In Veere. Moest ik plots iets vertellen over "het Zakkendragershuisje". Een pandje, dicht bij de haven en in vroeger tijden meestal voorzien van een bel aan de gevel of in een klein torentje op het dak. 
Ik had al veel vaker in Veere gegidst maar een Zakkendragershuisje was me nooit eerder opgevallen. Toeval wil dat ik het grootste deel van mijn jeugd in Schiedam heb doorgebracht en daar is er ook een. Het fenomeen was me dus niet helemaal onbekend. Dus staande voor het minipandje spuide ik mijn kennis van toen aangevuld met wat bijzonderheden die ik van het bordje op de gevel kon citeren.

Ver voor de tijd van pallets, vorkheftrucks en plastic wrapfolie werd in het zakkendragershuisje het werk door de hoofdman van het zakkendragersgilde verdeeld of beter gezegd, verloot onder de toegesnelde sjouwers die door het luiden van een bel waren gealarmeerd. Een slimme jongen die erg om werk verlegen zat hield gewoon de ingang van de haven in de gaten en wist uit ervaring voor welk soort schip of lading sjouwers, verenigd in het zakkendragersgilde, nodig waren om de lading te ontschepen. Die stond al voor de deur nog vóór dat men de bel had geluid. 
Het voert te ver om alle bijzonderheden er over te vertellen maar met die taal-tic van mij wil ik nog wel even op het scheldwoord "zakkenwasser" terugkomen. Scheldwoord voor iemand die een nogal domme streek tot ergernis of ten nadele van jou uitvreet. Niet meer zo in de mode maar de meeste mensen kennen het nog wel. Het komt dus uit deze hoek.

Het duurde nog eeuwen voordat een ARBO-wet het gewicht van een zak op 25 kilo limiteerde. Dus als je toen op leeftijd wat stram en krom geworden was dan wist je wel hoe dat kwam. Als je als zakkendrager altijd goed voor je werk was geweest kon je als alternatieve baan de leiding krijgen over de zakkenwasserij. Hollandsche zuinigheid. Zo'n goede juten zak kon wel meer dan één keer mee. Maar de "vuile zakken" moesten voorafgaand aan het hergebruik wel eerst gewassen worden. En dàt werk was veel minder zwaar dan al dat gesjouw met die balen op je rug. Kon je oud mee worden.

De "domme" connotatie die in het scheldwoord besloten ligt is ontstaan door dat vaak geestelijk gehandicapte mensen, kinderen met een down-syndroom, als een soort bezigheidstherapie óók in de wasserij mochten meewerken. Simpel werk voor simpele mensen. Vandaag de dag blijkt dat een down-syndroom een universitaire graad niet altijd in de weg hoeft te staan. Tijden veranderen. Maar.... 

Uit bovenstaande mogen we wèl concluderen dat wanneer iemand je onverhoopt verdiend of terecht voor "vuile zakkenwasser" uitscheldt dan heb je waarschijnlijk iets doms gedaan. Maar je hoeft dan niet meteen met flink wat badschuim onder de douche. Het bijvoeglijk naamwoord slaat op de zak en niet op jou. Schone zakken hoeven niet gewassen.

Shon