Wandkleed

Bij mijn bezichtiging van de wandkleden in het Zeeuws Museum in Middelburg moest ik onwillekeurig terugdenken aan die keer in het Hospice de Beaune dat ik tijdens een Franse vakantie samen met vrienden en hun kinderen bezocht. Ongeveer dezelfde functie als de Gasthuiskerk van Zierikzee had het ooit. Hospice betekent gasthuis. Het gebouw zelf zou je kunnen vergelijken met de Abdij van Middelburg. Aaneengesloten ronde bebouwing met een grote binnenplaats maar verder gaat elke vergelijking mank. Zeker waar het kleur en architectuur betreft. Het museum dat het herbergt vult de hele bebouwing rondom. Dus niet maar een kant zoals als in Middelburg.

Ongeveer tien minuten na entree kwam de vraag van de tegen de looprichting in hollende jeugd of ze al naar buiten mochten, het museum uit. Ze hadden ècht àlles al gezien. Helemaal tot het eind bij de uitgang waren ze geweest. Die wisten ze zonder onze hulp wel weer te vinden. Nee dus! Binnenblijven, oordeelden pa en ma. 
Aan het einde van de tentoonstelling waar ook wandkleden worden geëxposeerd vroeg ik de 13-jarige Jurgen die op dat moment naast me stond of hij er wel goed naar gekeken had. 
"Echt wel."
"Even testen", stelde ik voor? 
"Ja hoor, doe maar." 
"Okay" vroeg ik wijzend naar zo'n handgeknoopte voorstelling. 
"Waar is dat harnas van gemaakt?" 
"Hèhè, van ijzer natuurlijk. Of staal, dat kan ook." 
"En die tafel?"  
"Van hout." 
"En die toren daar?" 
"Van steen." 
En zo kwamen meer afgebeelde materialen aan bod. 
"Ziet U wel. Allemaal goed hè", zei hij mij verwachtingsvol aankijkend . 
"Nee" zei ik, "alleen de vlag en die mantel had je goed."
Een blik van verwarring en medelijden over zo'n simpele oude man streden om voorrang. Hoezo bijna alles fout. 
"Er is maar één goed antwoord, knul. Alles wat jij voor steen of staal of goud of hout aan ziet is niets anders dan stof. Wol, borduurgaren of hoe het ook heten mag."
Ik zie hem nog staan. Met zijn buik tegen het hekje gedrukt en zijn neus bijna tegen de stof van het kleed. De suppoost keek gealarmeerd toe maar greep niet in. 
"Nog even pa", hoorde ik achter me toen we bij de uitgang op hem moesten wachten.

Pas kwam ik hem nog tegen op een verjaardag bij diezelfde vrienden. Inmiddels de twintig gepasseerd. Of ik al in "het nieuwe Rijks" was geweest. Hij wèl!

Shon.