Shame

Bedrukt is denk ik de meest toepasselijke uitdrukking voor haar gezicht. Alsof ze op het punt stond in tranen uit te barsten. Ik trof haar op mijn terugweg in caisson twee, rondkijkend, op zoek naar iets. Ze maakte deel uit van de groep Amerikanen die ik zojuist door het Watersnoodmuseum had gegidst. Een tachtiger, schatte ik.
"Can I be of help, mam?"
"No, no, thank you sir." Maar ik twijfelde of ik er goed aan deed om haar alleen te laten.
"U kijkt een beetje bezorgd, mevrouw. Is alles in orde met U?" 
Ze knikte van ja maar haar gezicht bleef ontkennen, alleen de tranen ontbraken nog.
"Zoekt U iets misschien?" drong ik aan.
"Nee, eh, nou ja, waar zag ik die film van de watersnoodramp?"
"Die kant op mevrouw. Ik breng U wel even. Ik moet ook die kant op" 
"Ik was hier met mijn man in de nacht van de watersnoodramp." zei ze, met me meelopend.
"Hier in Nederland?" vroeg ik verwonderd"
"Ja, in Amsterdam."
"Maar dan had U toch zeker geen last van de overstroming?"
"Nee, dat niet, meneer." Ze pauzeerde even.
"We waren pas getrouwd, op huwelijksreis naar familie in Londen en toen hebben we vóór vertrek nog een weekje Holland gedaan. Die dag waren we naar Volendam en Marken geweest." 
Haar verhaal stokte weer even.
"We hoorden in ons hotel de storm buiten loeien maar we gingen vroeg naar bed. We waren zo druk bezig met ons eerste kind" en de plotselinge blos op haar wangen verried dat de oudste op zijn vroegst pas negen maanden later geboren ging worden.
"Ik voel me zo beschaamd meneer", bekende ze toen de eerste tranen zich aandienden.
"Maar waarom dan", vroeg ik, nu meer nieuwsgierig dan belangstellend?
"We zijn kort daarna weer terug naar huis gevlogen. Op het nieuws hoorden we nog van de overstroming maar in al die zestig jaar heb ik daar nooit meer over nagedacht. Niet aan de verdronken mensen noch aan de rampzalige toestand van de overlevenden. Nu, hier in dit museum realiseer ik me pas wat de mensen hier hebben doorstaan. In 60 jaar tijd, nooit aan gedacht! U zult mij wel erg harteloos vinden? Ik voel me zó beschaamd, meneer."
"Maar dat is toch helemaal niet nodig, mevrouw."
"Meent U dat meneer? Bent U echt niet boos op mij?"
"Nee, natuurlijk niet. En ik geloof ook niet dat iemand anders van hier boos op U zou kunnen zijn. Daar is geen enkele reden voor" verzekerde ik haar.
Met mijn schone zakdoek bette ze haar gezicht en terwijl op het scherm de opgezwollen kadavers van verdronken koeien voorbij dreven klaarde ze weer helemaal op. En even fier als ik haar van de riviercruiser had zien ontschepen verliet ze wat later het museum voor het vervolg van onze excursie, mij regelmatig vriendelijk toeknikkend.

Shon.